Witte tanden willen zonder te poetsen…

Auteur: Lieneke Steverink-Jorna. Mondhygiënist van het jaar 2013.

“Als ik eerlijk ben…wil ik witte tanden.”, antwoordde hij. Hij is begin twintig en komt voor het eerst bij mij in de praktijk.

Het dossier van zijn vorige tandartsen heb ik doorgespit. Al tientallen keren zijn er opmerkingen geplaatst over zijn mondhygiëne.

Dat hij niet goed poetst terwijl ze het hem voor hebben gedaan. Wat zit hier achter? Klinkt als een uitdaging om goed zorg op maat te geven…

Een bijzondere jongen

Voordat ik hem zie, ruik ik hem al. Angstzweet gecombineerd met ontstoken tandvlees, ik herken het uit duizenden. Achterin, in het hoekje, zit hij haast verstopt in zijn jas. Ik ga naast hem zitten.

Dat had hij niet verwacht en kijkt eventjes nieuwsgierig op. Gauw buigt hij zijn hoofd weer naar de grond.

“Hoi, ik ben Lieneke. Zullen we hier kennis maken of loop je mee naar de behandelkamer.” Hij lijkt in de war. “Ik moet toch in de behandelstoel zitten?”, vraagt hij en zijn ogen flitsen even in die van mij. Het valt me op dat hij een beetje anders is. Ik snap het al…

Laat ik duidelijk zijn

“Dan gaan we naar de stoel. Loop maar achter me aan.” Hij staat op en raakt even verstrikt in de draadjes van mobiel en oortjes. “Wat goed dat je je mobieltje mee hebt! Leg hem maar even op tafel.”

Hij doet het en ik wacht even tot hij de aandacht weer bij mij heeft. “Doe nu je jas maar uit en hang hem aan de kapstok.”

Hij knikt dankbaar. “Neem je mobiel maar mee naar binnen.” Weer is hij even van zijn stuk. “Ik bedoel, naar de behandelkamer, want we zijn al binnen. Sorry, ik zei het verkeerd.”

Wat wil je nou?

Hij sjokt achter me aan naar de behandelkamer. Ik hou de deur voor hem open en zeg dat hij mag gaan zitten. “In de behandelstoel, die grote grijze.”

Zoals verwacht plaatst hij direct zijn hoofd tegen de steun en doet zijn mond open. “Je mag je mond nog even dichthouden. Ik wil namelijk even met je praten.” “Oja, kennismaken…”, mompelt hij. “Precies. Ik heb namelijk een paar vragen aan je. Als je niet meteen het antwoord weet, is het niet erg. Dan denk je er gewoon even over na. Okay?

Wat denk je dat we zo gaan doen?” “Je gaat mijn tanden kleuren en dan krijg ik poetsles.”, zegt hij vastberaden. “Hoe weet je dat zo zeker?”, vraag ik. “Dat doen ze altijd.” “Ja, dat heb ik in je dossier gelezen. Hebben ze ook al eens met je gepraat?” “Ja, ze zeiden dat ik beter moest poetsen en dat mijn mond vies is.”

“Ah, dus ze kleurden je plak en dan kreeg je op de donder?” “Ja…” Ik vraag hem of hij dat prettig vond. “Hoe bedoel je?”, vraagt hij onzeker. “Ik bedoel of het hielp. Of je daarna beter ging poetsen.”

Hij hoeft geen antwoord te geven, ik zie het al…hij kijkt het raam uit. “ Kan je me vertellen waarom niet? Lukt het niet? Of vind je het niet belangrijk of iets anders?” Hij is stil. “Kan je me vertellen wat je zelf heel graag zou willen.

Als je morgen wakker wordt en er is een wonder gebeurd…?”

Prikkels

Witte tanden zou hij dus willen hebben.

Misschien vind jij dat vreemd voor iemand die niet goed tandenpoetst. Misschien denk jij…wat een viezerik! Maar dat is hij niet.

Hij is de meest oprechte persoon die ik ooit ben tegen gekomen. Ik vraag hem of ik naar zijn tanden mag kijken en ik beloof dat ik ze niet zal kleuren. Hij keek verrast. Ja, er zat een enorme laag plak. “Zullen we eens kijken welke kleur je tanden nu hebben?”, vraag ik.

Onder de daglichtlampen pak ik mijn stripje waarop met cijfers staat aangegeven welke kleur welke code heeft.

“Je hebt gelijk. Je tanden zijn nu inderdaad behoorlijk geel. Ik snap je probleem. Weet je ook waarom?” Hij schudt zijn hoofd. “Ik laat het je zo zien.

Ik ga je tanden nu wit maken. Pak je mobiel en dan maken we een foto van je tanden.” Na een paar minuten ben ik klaar met polijsten en mijn stripje vertelt me dat zijn kleur behoorlijk wit is. “Hoe vind je je tanden nu?” “Mooi!”, zegt hij. “Pak nu weer je mobiel en maak weer een foto.

Zie je het verschil? En hoe voelen ze nu aan met je tong?” “Lekker glad.”, zegt hij. “Dit kan jij ook.” “Maar het kriebelt wel heel erg.” “Ja, dat klopt en het maakt lawaai.”

De reden waarom hij niet poetst, is omdat het erg veel prikkels voor hem zijn om te verwerken. “Maar kijk nou toch eens naar je tanden. Is dat het waard?” Zijn ogen beginnen te stralen.

Vertrouwen

We zijn er nog niet. Er is nog iets wat hem dwars zit.

“Je weet natuurlijk allang hoe je moet poetsen. Dat hoef ik je niet meer te vertellen, toch?” Ja, dat hadden mijn voorgangers al uitgebreid voor gedaan. Hij is toch niet gek? “Maar ik ben lui…echt heel erg lui!”

Auw..die sneed dwars door mijn ziel. “Toch heb jij wel eens iets bereikt. Iets waar je keihard voor gewerkt hebt.”

Hij denkt even na. “Ja, dat klopt.” Ik vraag hem na te denken hoe hij dat heeft aangepakt. We passen gewoon hetzelfde trucje toe.

“Ik weet ook iets waar je super goed in bent.” Hij kijkt me schichtig even vragend aan. “Je komt heel trouw op je afspraken. Je bent nooit te laat, je vergeet het nooit, je bent er niet te lui voor. Hoe krijg je dat voor elkaar?”

Ineens pakt hij zijn telefoon en begint verwoed te typen in zijn agenda. Hij staat ineens vol energie op, doet een paar stappen en zegt… “Nou, ik ben benieuwd of het jou lukt mij te laten poetsen!”

Ik moet lachen en we regelen nog even snel een nieuwe afspraak. “Ik weet het wel zeker. Jij kan dit.”

Hoe het afliep…

Hij kwam uiteraard keurig op zijn afspraak. Hij was bij deze afspraak nog eerlijker. Hij zei dat hij eigenlijk nooit poetste voordat hij bij mij kwam.

Nu doet hij het om de dag. Wat een geweldige stap!

We hebben zijn eerste foto vergeleken met nu en gezien hoeveel beter het was. We zijn er uiteraard nog niet, maar elke stap is er eentje. We komen er wel!

Vertrouwen schenken is een voorwaarde voor veilig uitproberen. Ik kijk uit naar ons volgende bezoekje.