Alles wat je weten wilt over gaatjes (cariës) in je gebit

Bijna iedereen heeft wel eens een gaatje in een tand of kies, ook wel cariës genoemd. Maar wat is zo’n gaatje precies? Hoe ontstaat het? Wat kun je doen om gaatjes te voorkomen? Heeft de één er echt meer aanleg voor dan de ander? En wat is tandwolf eigenlijk? Wij geven de antwoorden!

Wat is een gaatje in je tand of kies (cariës)?

Bij cariës ontstaat er een gaatje (caviteit) in je tand of kies. Dat werkt zo. Je tanden en kiezen bestaan uit tandglazuur (buitenste laag), dentine of tandbeen (laag daaronder) en de binnenkant: de pulpa, met daarin onder meer bindweefsel, bloedvaten en zenuwvezels.

Het glazuur beschermt je tand of kies. Soms lukt dat echter niet. Als je bijvoorbeeld niet goed genoeg poetst, ontstaat er tandplak op de tanden: een laagje op de tanden dat bestaat uit voedselresten, slijm en bacteriën. De bacteriën in tandplak zetten suikers in je eten en drinken om in zuren. Die tasten het tandglazuur aan en kunnen zo een gaatje veroorzaken. Dat gaatje ontstaat eerst in het tandglazuur, maar als het niet wordt behandeld, kan het doordringen in het dentine en later zelfs in de pulpa.

Hoe vaak komen gaatjes voor?

Heel vaak. Er is bijna geen volwassene in Nederland te vinden die geen gaatjes heeft (gehad). Slechts een derde van de 5-jarigen, een kwart van de 11-jarigen, 5% van de 17-jarigen en 1% van de 23-jarigen heeft een gaaf gebit, zonder gaatjes.

Hoe kun je een gaatje ontdekken?

Een gaatje is niet altijd goed met het blote oog te zien. Niet ieder puntje, iedere groef of verkleuring is een gaatje. Cariës is vaak eerst te zien als een doffe witte plek op een tand of kies. Later wordt deze plek bruin of geelachtig met een donkere plek eromheen.

Een gaatje is vaak het best te zien op een röntgenfoto. Er is bij cariës een zwarting te zien op een plaats waar het niet hoort. Dat komt omdat de röntgenstraling in een gaatje beter wordt doorgelaten. Daardoor veroorzaakt deze op een foto meer zwarting. Ook voor plekken die je met het blote oog niet goed kunt zien – tussen de kiezen en onder vullingen bijvoorbeeld – bieden röntgenfoto’s uitkomst.

De tandarts zal bij twijfel over een gaatje dus vaak een röntgenfoto maken.

Hoe snel groeit een gaatje?

Dat verschilt per persoon, maar bij volwassenen duurt het vaak enkele jaren voordat een gaatje zo is gegroeid dat deze behandeld moet worden. Soms lukt het om het cariësproces te stoppen, door bijvoorbeeld extra goed te poetsen of extra fluoride te gebruiken.

Waar ontstaan de meeste gaatjes?

Veel gaatjes ontstaan tussen de tanden en kiezen. Deze ‘interdentale ruimten’ zijn moeilijk schoon te krijgen met enkel een tandenborstel. De haartjes kunnen er niet goed bij. Het is daarom belangrijk om de ruimte tussen je tanden en kiezen ook te reinigen met een rager, stoker of floss.

Daarnaast ontstaan veel gaatjes op het bovenste deel (het kauwvlak of occlusale vlak) van de tand of kies, waar de tand steeds in aanraking komt met voedsel.

Welke vormen van cariës zijn er?

Er zijn drie vormen van cariës:

• Cariës van het tandglazuur – de buitenste laag
• Cariës van het tandbeen (dentine)
• Cariës van de tandwortel

Hoe dieper de cariës, hoe belangrijker het is dat deze wordt behandeld. Als de cariës te diep in de tand of kies is doorgedrongen, is deze niet altijd meer te redden.

Tandartsen onderscheiden daarnaast 5 klassen van cariës:

• Klasse I: in de groeven van tanden en kiezen, meestal op het kauwoppervlak
• Klasse II: tussen de kiezen
• Klasse III: kleine gaatjes tussen de voortanden
• Klasse IV: caviteit tussen de voortanden, waarbij bij herstel een hoek van de tand verloren gaat
• Klasse V: gaatjes aan de wangkant, tongkant of de kant van het verhemelte

De klasse van het gaatje bepaalt vaak welk vulmateriaal gebruikt wordt.

Wat is tandwolf?

De term tandwolf werd vroeger door leken gebruikt wanneer iemand veel cariës had. Men dacht dan dat ‘wolf’ een bepaalde ziekte was waardoor iemand veel gaatjes kreeg. Dat is echter niet zo. Als iemand veel cariës heeft, kan dat een bepaalde oorzaak hebben, zoals slechte mondhygiëne of onderliggende problemen, maar tandwolf bestaat dus niet.

Wat is secundaire cariës?

Secundaire cariës is cariës die onder een vulling is ontstaan. Die cariës is dus niet met het blote oog zichtbaar. Het komt regelmatig voor en is een van de belangrijkste redenen voor het vervangen of repareren van een vulling in tand of kies.

Oorzaken

Wat is de oorzaak van een gaatje?

Gaatjes ontstaan door bacteriën. De bacteriën in de mond zetten suikers en koolhydraten uit eten en drinken om in zuren die je tandglazuur aantasten en zo gaatjes (tandbederf) veroorzaken.

Is de aanleg voor gaatjes erfelijk?

Niet echt. Gaatjes worden veroorzaakt door bacteriën waar je niet mee wordt geboren. Amerikaans onderzoek onder tweelingen in de leeftijd van 5 tot 11 jaar uit 2017 toonde aan dat geërfde bacteriën nauwelijks een rol spelen bij tandbederf.

De kwaliteit van het speeksel en het glazuur is wel deel genetisch bepaald. In die zin speelt erfelijkheid wel een rol: als je goed, hard, sterk glazuur hebt en goed en voldoende speeksel, heb je minder kans op gaatjes. Maar wat veel belangrijker is, is goed poetsen met fluoridetandpasta, goede mondhygiëne en de juiste voeding. Als je dat allemaal goed op orde hebt, is een gezond gebit behouden voor vrijwel iedereen mogelijk.

Wat voor rol speelt voeding bij gaatjes?

Als je iets of drinkt, zetten bacteriën in tandplak (het witte laagje op je tanden) de suikers en koolhydraten uit de drank of voedsel om in zuur. Het tandglazuur (de buitenste laag van je tand of kies) moet steeds die zuuraanval tegengaan. Om je glazuur te beschermen, is het daarom belangrijk dat:
• je het aantal eet- en drinkmomenten op een dag beperkt. Het Ivoren Kruis adviseert om maximaal 7 keer op een dag iets te eten of drinken. Dat zijn drie hoofdmaaltijden en vier tussendoortjes. Op die manier hoeft het glazuur niet steeds een zuuraanval tegen te gaan en krijgt het tijd om te herstellen.
• je niet te veel suikers en koolhydraten eet. Vooral uit suikers en koolhydraten kunnen bacteriën in de tandplak immers zuur omzetten.

Voorkomen

Kun je gaatjes voorkomen?

Ja, gaatjes kun je zeker voorkomen. Soms is dat lastiger, als er een onderliggende oorzaak van de gaatjes is. Als iemand bijvoorbeeld een erg droge mond heeft, een bepaalde ziekte of syndroom of als iemand niet goed zijn mond kan poetsen, dan is het moeilijker om gaatjes te voorkomen. Maar anders kun je door onder meer goed te poetsen met fluoridetandpasta gaatjes eigenlijk altijd voor zijn. Cariës wordt niet voor niets een gedragsziekte genoemd. Door een goede leefstijl is cariës grotendeels te voorkomen.

Hoe kun je gaatjes voorkomen?

De belangrijkste manier om gaatjes te voorkomen is twee keer daags je tanden poetsen met een fluoridetandpasta, twee minuten lang. Fluoride is het belangrijkste ingrediënt om gaatjes tegen te gaan. Suiker en koolhydraten (uit bijvoorbeeld pasta, aardappelen) zijn ook niet goed voor je tanden en kiezen. Gebruik dat dus met mate.

Daarnaast adviseert het Ivoren Kruis:

• Maximaal 7x per dag eten of drinken. Dit zijn 3 hoofdmaaltijden (ontbijt, lunch, avondeten) en maximaal 4 tussendoortjes per dag. Vuistregel: Na eten of drinken minstens 2 uur niets meer nemen.
• Een uur voor het tandenpoetsen geen zure producten eten of drinken.
• Geen voeding of dranken na het laatste tandenpoetsen of mee naar bed nemen.

Wat doet fluoride?

Fluoride voorkomt dat de bacteriën in je mond zich vermenigvuldigen. Daarnaast remineraliseert het je tandglazuur, waardoor het tandglazuur sterker wordt. Daardoor kan het beter de ‘zuuraanvallen’ uit eten drinken doorstaan en gaatjes voorkomen.
Fluoride wordt door tandartsen en mondhygiënisten nog steeds gezien als het belangrijkste wapen tegen cariës.

Maakt het uit welke soort fluoride je gebruikt?

Nee, dat maakt niet uit. Er worden verschillende fluorideverbindingen gebruikt in tandpasta’s: natriumfluoride (NaF), natriummonofluorofosfaat (MFP), aminefluoride (AmF), tinfluoride (SnF2) of combinaties hiervan. Ze zijn allemaal even effectief in het tegengaan van gaatjes. Daarnaast heeft tin een antibacteriële werking.

Behandeling

Wat gebeurt er als je een gaatje niet behandelt?

Dan breidt deze zich uit. Een gaatje begint in de buitenste laag van je tand of kies: het glazuur. Als deze niet wordt behandeld, dringen de bacteriën door in het tandbeen. Wordt dat ook niet behandeld, dan kan het gaatje zich uitbreiden naar de pulpa. Als de tandzenuw wordt aangetast, kan een wortelkanaalbehandeling nodig zijn. Ook kan het zo zijn dat de tand of kies niet meer te redden is en dat de tand of kies moet worden getrokken.

Kun je een gaatje in een melkgebit gewoon laten zitten?

Nee, ook een gaatje in een melkgebit moet gewoon behandeld worden. Het proces werkt namelijk net zo als bij volwassenen: doe je er niets aan, dan breidt het gaatje zich steeds verder uit. Bovendien kunnen naastgelegen of nieuwe tanden anders aangetast worden door de cariës. En – ook niet onbelangrijk – een gaatje kan pijnlijk zijn voor een kind en dat is natuurlijk niet fijn.

Hoe kun je gaatjes behandelen?

Fluoride
Als een gaatje nog erg oppervlakkig is, kan deze soms behandeld worden met (extra) fluoride en een goede mondverzorging.

Vulling
Meestal moet het gaatje echter gevuld worden. De tandarts of mondhygiënist verwijdert met een boor het bedorven weefsel. De uitgeboorde ruimte wordt gevuld. Vroeger gebeurde dat met amalgaam of goud, tegenwoordig vaak met wit composiet. Soms wordt een porseleinen vulling gemaakt. Die is goed bestand tegen verkleuring.

Kroon

Als een groot deel van de tand is aangetast, kan de tandarts een vulling maken, maar ook kiezen voor een kroon. Een grote vulling kan sneller barsten of breken en een kroon is een duurzaam alternatief. Een kroon is een kapje van metaal en/of porselein dat precies over een afgeslepen tand of kies past. De kroon zit op de tand of kies vastgelijmd.

Wortelkanaalbehandeling

Als cariës te diep in de tand is gedrongen, kan deze de zenuwen in de wortel van de tand beschadigen. Het kan dan nodig zijn om een wortelkanaalbehandeling uit te voeren. De tandarts verwijdert de beschadigde of dode zenuw en vult de kies. Vaak plaatst de tandarts een kroon over de aangedane kies.

Trekken
Als de tand te erg beschadigd is door de cariës, kan het soms nodig zijn om de tand te trekken.

Is alles opgelost als een gaatje is gevuld?

In principe wel, maar een vulling is geen garantie dat alles in die tand of kies goed blijft gaan. Het komt regelmatig voor dat rondom de vulling cariës ontstaat. Dat wordt secundaire cariës genoemd. Het blijft dus opletten, ook als de tand of kies behandeld is.

Doet vullen en boren pijn?

De tandarts of mondhygiënist verdooft de plek waar geboord moet worden. De behandeling zelf doet daardoor geen pijn. Het toepassen van de verdoving kan soms een beetje gevoelig zijn, maar dit duurt maar kort.

Na de behandeling kan er wel wat pijn ontstaan. Binnen in de kies zit levend weefsel (zenuwen, bloedvaten etc.) en dit weefsel wordt door de behandeling vaak wat geïrriteerd. Soms kan je last hebben van pijnscheuten of gevoeligheid bij warm of koud. Het kan een paar dagen tot een paar maanden duren voordat het weefsel zich heeft hersteld en de klachten verdwijnen.

Kan de mondhygiënist ook een gaatje boren en vullen?

Sinds juli 2020 mogen mondhygiënisten die zich registreren voor het experiment Taakherschikking mondzorg zelfstandig primaire cariës behandelen. Dat betekent dat ze zelfstandig, zonder opdracht van de tandarts, kleine gaatjes mogen boren en vullen. Mondhygiënisten die niet meedoen aan het experiment hebben voor het boren en vullen van eenvoudige gaatjes eerst overleg met de tandarts nodig. De moeilijkere of diepere gaatjes moeten door een tandarts worden behandeld.

Literatuur

1. Signalement Mondzorg 2018. Nederlands Zorginstituut, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
2. Gomez A. et al. Host Genetic Control of the Oral Microbiome in Health and Disease. Cell Host & Microbe 22, 269–278, September 13, 2017
https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC5733791/
3. Marinho VC, Higgins JP, Sheiham A, Logan S. Fluoride toothpastes for preventing dental caries in children and adolescents. Cochrane Database Syst Rev. 2003: CD002278.