Een herkenbare opmerking: ‘pas op m’n vullingen’
“Je krabt al mijn vullingen eruit!”, riep mijn patiënt, zodat de hele kliniekzaal het kon horen. Je zou misschien denken dat alle studenten en docenten verschrikt opkijken, maar nee. Hoogstens wat gezucht steeg op. Voor ons voelen dit soort opmerkingen al snel als onderwaardering. Terwijl we enorm ons best doen, krijgen we vaak juist de meeste kritiek.
Inmiddels heb ik geleerd om de verwachtingen van een patiënt beter bij te sturen. Vaak hoor je namelijk dat er ‘even wordt schoongemaakt’ of dat er ‘even wat aanslag wordt verwijderd’. Dat klinkt onschuldig. Terwijl tandsteen verwijderen een belangrijke en nauwkeurige behandeling is om tandvleesontsteking op te lossen.
Waarom schoonmaken heftig klinkt
Bij ‘even schoonmaken’ denk je eerder aan een zacht sponsje of vaatdoekje. In werkelijkheid werken we met scalers, curettes en ultrasone apparatuur. Dat klinkt een stuk minder vriendelijk. We gebruiken metaal, maar wel met uiterste precisie. Daarom steken we tijdens de opleiding Mondzorgkunde zoveel uren in oefenen.
Toch klinkt het voor patiënten vaak als grof geweld. Dat komt niet doordat we hardhandig werken, maar doordat je mond direct verbonden is met je gehoor. Tik maar eens zachtjes tegen je tand: dat hoor je meteen. Als er tandsteen aanwezig is, klinkt het alsof iemand over een grindpad loopt. Naarmate het schoner wordt, neemt dat geluid af. Soms wordt het zelfs zo glad dat het gaat piepen.
Worden vullingen eruit gekrabd?

Nee. Een vulling wordt niet door een mondhygiënist ‘eruit gekrabd’.
Sterker nog: we werken meestal niet eens op het oppervlak van de vulling. Tandsteen zit vooral onder het tandvlees en tussen de tanden.Wat we wél tegenkomen, zijn overstaande vullingen. Dat zijn randjes waar plak zich makkelijk ophoopt. Dit zijn plekken waar tandvleesontsteking of nieuwe gaatjes kunnen ontstaan.
Soms blijven we met een instrument achter zo’n randje haken. Zodra we dat voelen, stoppen we direct. En soms moeten we even controleren of we tandsteen voelen of een vulling. Een overstaande vulling moet uiteindelijk door de tandarts worden aangepast.
Een vulling moet veel kunnen verdragen
Een vulling raakt niet zomaar los. Het idee dat een mondhygiënist dit veroorzaakt, is een misvatting. Dan ken je namelijk je eigen kracht niet. Vullingen en kronen zijn gemaakt om grote krachten op te vangen. Denk aan trek-, schuif- en drukkrachten.
De ‘lijm’ (bonding) is hier speciaal voor ontwikkeld en blijft zich verbeteren. Je kaakspieren zijn enorm sterk. En je mond is continu in beweging: slikken, eten, praten, lachen. Ook onbewuste gewoontes spelen een rol, zoals nagelbijten, op je lip bijten, met je tong persen of knarsen (vaak ’s nachts).
Risico’s waardoor vullingen wél los kunnen komen

Slijtage en overbelasting
Na verloop van tijd ontstaat slijtage. Soms sneller dan je denkt. Bijvoorbeeld bij mensen die op harde dingen bijten of waarbij de krachten minder goed verdeeld zijn door gedeeltelijk gebitsverlies of een afwijkende beet hebben. Wanneer kiezen ontbreken, moeten andere tanden harder werken. Hierdoor kunnen kleine breukjes ontstaan in zowel het glazuur als in de vulling.
Cariës: een belangrijke oorzaak
Cariës (gaatjes) is een van de belangrijkste oorzaken dat vullingen loskomen. Veel mensen denken dat een vulling het probleem definitief oplost. Maar juist langs de randen van een vulling ontstaan vaak nieuwe gaatjes. Bij een slechte aansluiting (microlekkage) kunnen bacteriën binnendringen. Dit ondermijnt de vulling van binnenuit en zo komt de vulling uiteindelijk los. En heel regelmatig merk je dit langzame proces niet op en merkt de mondhygiënist dit tijdens de behandeling wel.
Hechting en plaatsing
De kwaliteit van de hechting speelt een grote rol. Tijdens het plaatsen moet een tand goed droog blijven. Speeksel of bloed kan de hechting verstoren. Ook de techniek van etsen en bonden is cruciaal. Daarnaast kan composiet krimpen tijdens het uitharden. Dit kan spanning geven op de randen van de vulling, waardoor kleine openingen ontstaan.
Invloed van temperatuur
In de mond wisselt de temperatuur voortdurend: van warme koffie tot koud drinken. Tandmateriaal en vulling zetten verschillend uit en krimpen weer. Op lange termijn kan dit de hechting verzwakken.
Veroudering van materialen
Materialen blijven niet oneindig stabiel. De lijmlaag kan in de loop van de tijd afbreken. Composiet kan slijten of brosser worden. Hierdoor neemt de kans toe dat een vulling loskomt.
Occlusie en belasting
Als een vulling te hoog is of de beet niet goed verdeeld is, ontstaat extra belasting. Ook knarsen/ klemmen zorgen en nagelbijten voor overbelasting. Dit kan uiteindelijk leiden tot loskomen of breuk van de vulling.
Trauma en externe invloeden
Een klap op de tand, bijvoorbeeld door een val of een ongeluk, kan een vulling los doen raken. Ook het bijten op harde voorwerpen kan schade veroorzaken. Daarnaast kunnen zuren (bijvoorbeeld uit voeding of bij reflux) invloed hebben op zowel tand als vulling.
Tot slot
Een vulling raakt zelden door één oorzaak los. Meestal is het een combinatie van factoren: belasting, slijtage, hechting en gedrag. Het goede nieuws? Je hebt zelf veel invloed. Door inzicht te krijgen in je gewoontes en mondgezondheid kun je problemen vaak voorkomen.
Weet je niet waar je moet beginnen? Vraag het je mondhygiënist. Want ‘beter poetsen’ is vaak niet het hele verhaal.

