Over gezondheid, aandacht en wat zorg soms echt nodig heeft
Stel je voor: ik haal je op uit de wachtkamer. Op mijn lip een sjekkie, in mijn hand een energydrankje. Ik vraag of je er soms ook eentje wilt. Want ja, dat is wel zo gezellig.
Waarschijnlijk zou je dit een vreemd tafereel vinden. Een mondhygiënist die een ongezonde leefstijl deelt, voelt onprofessioneel. Sterker nog: je verwacht van iemand in de mondzorg juist dat die stoppen met roken aanmoedigt. Ook al vind je dat soms gezeur en denk je: ik bepaal dat zelf wel. Toch zou je het waarschijnlijk missen als het helemaal achterwege bleef.
Dat zette mij aan het denken, toen ik onlangs een bijeenkomst over ketenzorg bijwoonde.
Een opvallende casus
Tijdens de bijeenkomst werden verschillende casussen besproken. Eén daarvan ging over een man met aanhoudende hoofdpijn. Bij een huisbezoek bleek hij bleekjes te zien en de woonkamer stond blauw van de rook. Hij was handig met computers en had een 3D-printer. Ook die stond in de woonkamer te draaien.
Volgens de welzijnswerker was de oorzaak daarmee duidelijk: de printer werd verplaatst, er werd vaker een raam opengezet en de hoofdpijn verdween.
Tot zover niets vreemds.
Wat mij verbaasde, was het vervolg. Er werd verteld dat deze man een fietsmaatje had gekregen. Iemand met wie hij naar Duitsland kon fietsen om sigaretten te halen. Zo kwam hij weer eens buiten, kreeg hij beweging en had hij sociaal contact.
Gezondheid: medisch of menselijk?
Ik mocht feedback geven op de casus. De man met de microfoon en diepe groeven in zijn gezicht, zijn hand regelmatig voor zijn mond, zei meteen:
“Nou moet je niet gaan zeggen dat hij geholpen had moeten worden met stoppen met roken!”
Toen ik langs hem liep, begreep ik waarom hij dat zei.
Vroeger had ik me misschien laten afschrikken. Maar tegenwoordig niet meer zo snel. Dus ik gaf aan dat ik de gekozen aanpak begreep. Bij een eerste kennismaking is het vaak een no-go om iemand meteen van het roken af te willen helpen. Vertrouwen gaat voor.
Maar, vroeg ik me hardop af: had iemand al eens bedacht om deze meneer naar de mondhygiënist te laten fietsen? Ik begreep het belang van sociaal contact, maar een slechte adem en zwarte tanden worden meestal niet als aantrekkelijk ervaren. En juist in de mondzorg werken we vaak met motivational interviewing, waarbij leefstijl pas besproken wordt nádat er een vertrouwensband is opgebouwd.
De man met de microfoon slikte zichtbaar. In de zaal werd geknikt.
Meer dan meetbaar
Bij een andere bijeenkomst, dit keer over mentale zorg, hoorde ik iets dat me hielp dit alles beter te plaatsen. Het ging over kennis die wij als mondzorgprofessionals (nog) weinig gebruiken.
Onze wetenschap is sterk medisch en gebaseerd op grote groepen mensen. Dat is waardevol. Maar we vergeten soms dat een mens meer is dan een lijf. Hoe iemand zich voelt, hoe verbonden iemand is, heeft enorme invloed op gezondheid — alleen is dat veel lastiger te meten.
De spreker zei letterlijk:
“Eenzaamheid is dodelijker dan roken. Sociale contacten kunnen levens redden.”
Die zin moest even indalen.
Ik dacht aan een oud-voorzitter van onze beroepsvereniging, die zich altijd verontschuldigde als ze even naar buiten ging voor een sigaret. Dat roken hielp haar, zei ze, bij netwerken en onderhandelingen. Niet gezond, maar voor haar wel functioneel.
Aandacht als beginpunt
Laat ik duidelijk zijn: dit is geen pleidooi om tabaksgebruik te negeren. Maar misschien moeten we soms beter kijken waar we beginnen.
Misschien kan ik mijn aandacht beter geven aan het geven van aandacht. Ja, een vreemde zin, dus lees hem gerust nog eens.
Als sociale verbinding zo’n grote rol speelt in gezondheid, dan vraagt dat iets van mijn volgorde van handelen. Dan zet ik voortaan het gesprek op nummer één. Een gezellig praatje. Vragen hoe iemand zijn vrije tijd invult. En vooral: met wie.
Ik kan mensen wijzen op bijeenkomsten, op contact, op verbinding. Want het is opvallend hoe je na een bijeenkomst waar je nieuwe mensen ontmoet en ideeën uitwisselt, weer even opbloeit. Je voelt je fitter.
En die sigaret dan?
Dus… steek er nog maar eentje op!
Nee, sorry. Die slik ik op mijn beurt weer in. Zo ver ben ik nog niet.
Maar dat gezondheid soms begint bij aandacht, daar ben ik inmiddels wel van overtuigd.

