Corona tandarts

Angst en Psychologie

Geen normale angst…

Als mondhygiënist krijg je een heel divers pluimage aan patienten in je stoel. Zo ook patiënten waar het duidelijk niet goed in de mond gaat, maar waarbij je niet zomaar je gang kunt gaan. Patiënten die zichzelf angstig noemen. Na zoveel jaar werken, merk ik dat je ‘bang’ en ‘bang’ hebt. Mensen die zich simpelweg wat zenuwachtig maken, kun je als mondhygienist relatief  snel al omturnen in een relaxte patiënt. Maar ik heb ook een aantal patiënten waar ik echt erg diep moest graven. Vaak speelt er psychologisch iets…

De trukendoos

Diegene waarbij iets psychologisch afspeelt, komen vaak juist heel trouw naar de praktijk. Zij vinden hun gebit heel belangrijk en hebben soms klachten aan het tandvlees. Maar eenmaal in de stoel komen de ontwijkingstrucjes al snel om de hoek. Zoals het hoofd wegdraaien, zogenaamd omdat er even iets gezegd moet worden. De ander spant onwillekeurig de lippen en de tong aan. Een ander slaat compleet dicht, werkt wel mee, maar juist te makkelijk. 

Leren ontspannen

Het zijn mensen waar ik extra tijd voor uittrek. Waar ik bij moet zoeken hoe ik ze leer ontspannen in de stoel en ter gelijker tijd hun grenzen respecteer. Soms moet ik ze juist leren die grenzen te stellen. Ik kan dit ook echt niet alleen, hoor. Daarom bespreek ik regelmatig voorzichtig of ze niet eens professionele hulp hierbij moeten inschakelen. Ontspannen is iets wat ze volledig verleerd zijn. Soms helpt het om dan expres een spier eerst flink aan te spannen en dan los te laten. Als je je hele lichaam van top tot teen hierbij afgaat, heet het ineens een meditatie. Dit doen we dan ter plekke in de stoel. Dit helpt soms ook tegen kokhalzen omdat het afleidt. Deze oefening kunnen ze dan voortaan voordat ze plaatsnemen zelf doen. 

Vechten helpt niet

Een patiënt die steeds haar lippen, wangen en tong aanspande kwam heel onzeker op me over. Om begrip te tonen, vertelde ik dat ik dit herkende. Het leek alsof ze altijd in een teruggetrokken houding was en tegelijk in een vechtstand. Ook ik ben ooit door een psycholoog behandeld. “Helpt het als je vecht?”, vroeg ik haar. “Wordt de behandeling prettig als je alles aanspant of juist niet…?” Daar moest ze even over nadenken. “Kijk, ik trek snel mijn schouders op als ik iets spannend vind. Ik krijg daar dan hoofdpijn van. Bovendien wordt het er echt niet minder spannend van.” Hierop liet ze haar mond loshangen waardoor ik met minder geweld haar wangen opzij moet houden. “Voel je dat ik nu ook rustiger kan werken? Dat je daardoor ook minder voelt?” “Ja..goh…wat een verschil!” Maar doordat ze het zo gewend was om het aan te spannen moest ik haar er steeds aan herinneren. Het vergt echt training. Een handspiegel wil daar ook weleens bij helpen.

Trauma

Sommige patiënten duurt het gewoon lang voordat ze hun volledige verhaal bij me kwijt durven. En soms hebben ze iets zo diep ver weg gestopt dat het simpelweg niet weer opnieuw naar boven kwam. Zo vraag ik dan weleens voorzichtig naar traumatische ervaringen of naar de relatie met ouders/verzorgers. Zo bleek iemand die haar hoofd steeds afwendde, mishandeld te zijn door een ex. Door dit te vertellen, viel voor ons allebei op een plek waarom ze in een reflex haar hoofd afwendde. Enkel dat besef, zorgde ervoor dat ze haar hoofd kon stilhouden. Ze durfde ook niet goed zichzelf te pijnigen met een ragertje. Ook dit kon ze hieraan relateren en ook daarna durfde ze beter te rageren.

Toch niet alleen spanning

Een andere patiënt verging ongeveer hetzelfde maar ondanks de betere behandelbaarheid ging haar tandvleesontsteking nog niet goed over. Ze had ook fors last van buikpijn en klopte aan bij de huisarts. Die gooide het telkens op spanning. Ik raadde haar uiteindelijk een spoelmiddel met chloorhexidine aan. Helaas vertelde ze dat ze hier super misselijk van was geworden. Ze ging wederom naar de huisarts en dwong op mijn aanraden een verwijzing naar de diëtist af. Zij bleek uiteindelijk overgevoelig voor melksuiker en ook voor een bepaalde suikervervanger. Dit bleek in het spoelmiddel te zitten. Of haar tandvleesontsteking nu ook minder wordt, is nog even de vraag. Ik vermoed van wel. Tussen mond en darm zie ik wel vaker verbanden.

Dissociatie

Mensen die totaal dichtklappen vind ik echt verontrustend. Ze zeggen ‘ja’ maar bedoelen ‘nee’. Ze zetten zichzelf als het ware ‘uit’. Later leerde ik dat dit een ‘dissociatie’ kan zijn. Dit is een term uit de psychologie en psychiatrie en is een geestesgesteldheid waarin bepaalde gedachten, emoties, waarnemingen of herinneringen buiten het bewustzijn worden geplaatst. Het lijkt wel alsof iemand dan zegt: “Doe wat je wil….ik ben er even niet…ik voel niks.” Dus deze persoon verwacht iets heel naars en wil daar simpelweg niet bij zijn. 

Grens aangeven

Zoiets maakte ik mee bij een meisje dat in een pleeggezin zat. Ze lag onbeweeglijk in de stoel en liet alles maar gebeuren. Haar ogen…ik weet niet…kan het niet goed beschrijven…maar die leken dwars door me heen te kijken. Ik heb haar echt terugroepen. Ik heb op haar in gepraat dat ze me moest vertellen als ze wat voelde. Dat ze niet stoer van me mocht doen. Telkens checkte ik of ze er nog was. Ze moest van me blijven vertellen over haar konijn en of ze voelde dat ik op een bepaalde plek in haar mond zat. Op een gegeven moment was ik aan het boren en moest ze een beetje huilen en stak haar hand op (dat betekent ‘halt!’) . Ik stopte meteen en heb haar toen een heel dik compliment gegeven dat ze zo goed haar grens aangaf.

Zelfhypnose

Een soort van dissociatie of zelfhypnose kan ook nuttig zijn zolang je het zelf in de hand hebt. Beroemd is het voorbeeld van een patiënte die haar pijn in een doosje stopte. Ze wilde het doosje na de behandeling wel weer geopend hebben. “Die pijn is van mij.” Ik neem dit zelf regelmatig als voorbeeld over hoe je zelf de controle kan houden. Het gevoel hebben dat je zelf de controle kunt hebben, is bij angst heel belangrijk. Jij bent de baas over je lichaam. Laat niemand je dat ooit afpakken.

Over de schrijver

  • Lieneke Steverink Jorna

    Lieneke is sinds 2001 werkzaam in de mondzorg en studeerde aan de HAN. In 2013 mocht ze de titel Mondhygienist van het Jaar dragen. Ze werkt in een aantal praktijken om patiënten te behandelen en om het preventieteam leiding te geven. Lieneke was de eerste mondhygiënist die internet en social media ging inzetten om mondgezondheid te promoten. Daarnaast komt ze veel de praktijk uit om vrijwillig kinderen actief op te zoeken die niet vanzelf naar de praktijk komen. Bijvoorbeeld tijdens Kidsfabriek, in de bibliotheek, bij de Zomerschool of bij de Jonge Gezinnenbeurs. Ze spreekt soms op symposia en congressen voor collega’s. Schrijven is een uit de hand gelopen hobby van haar. Lieneke wenst voor alle Nederlanders een gezonde mond en maakt zich hiervoor dagelijks hard.

    Meer over de schrijver

Is dit artikel behulpzaam?

Bedankt voor je feedback!

Leave a Reply