Tandenpoetsen

Bah! Tanden poetsen!

Als ik wakker word wil ik maar een ding…mijn tanden poetsen. Ik vind het gevoel van een mond dat al een paar uur niet gepoetst is, ronduit smerig. Het voelt stroef en het ruikt ook vast niet lekker. Toch zijn er aardig wat mensen die er tegenop zien om te tandenpoetsen. 

Niemand wil een vieze mond

Dikke plaklagen zijn te bewonderen bij de bah-ik-vind-tandenpoetsen-maar-niks-mensen. De weerstand tegen poetsen moet wel erg groot zijn als je vrijwillig met zoveel bacteriën rondloopt. Eigenlijk wil niemand rondlopen met gele, doffe tanden. Niemand wenst een mond waarbij die vies smakende laag zich mengt met een boterham. En toch…er zijn er genoeg.

Verandering geeft weerstand

Je vraagt je dus waar die weerstand toch vandaan komt. Dit is per persoon verschillend. De verandering van eventjes twee minuten twee keer per dag tandenpoetsen lijkt misschien klein en onbenullig, toch kan het als een enorme stap ervaren worden. Menig patient schiet een soort van in paniek als ze beseffen dat ze ergens in de ochtend een plekje vrij moeten creëren om te gaan tandenpoetsen. En hoe gaan ze dat in hemelsnaam doen als ze elke avond uitgeput in slaap vallen op de bank? Hoe ga je tandenpoetsen als je je midden in de nacht nog net jezelf naar je bed weet te brengen? Hoe ga in de ochtend je rustig op de badrand zitten met een tandenborstel als er drie kinderen “Mama, mama, maaaaahm, maaaahmaaaa!” lopen te gillen? Elke verandering, hoe klein dan ook, roept weerstand in je op. Zelfs als je wilskracht enorm is. Als je niet al je hele leven gewend bent om 2 keer per dag 2 minuten te poetsen dan kan dat echt ingewikkeld zijn.

Monstertjes in je hoofd

“Ik kan het niet.”, roept je brein. “Het is onmogelijk!”, gillen je gedachtes. “Oeh…ik word gewoon misselijk.”, zegt je hersenpan. Je zet toch door en zodra je die tandenborstel in je mond steekt verlies je de controle en begin je te kokhalzen. “Zie je wel! Tandenpoetsen is iets om tegenop te zien.”, bevestig je jezelf. “Oeh, wat kriebelt het toch naar.” Je spieren vertrekken in het verzet tegen het gekriebel. Je duwt daarmee je tandenborstel van zijn plek en zo belandt je half in je keel. Je kokhalsreflex wordt dus nog sterker. “Ik wist het, dat tandenpoetsen is gewoon niks voor mij. Ik doe het nooit meer.”

Tandarts vermijden

En zo beland je bij de tandarts met een enorm gat in je kies. Natuurlijk de allerachterste. “Dat gaat natuurlijk helemaal mis.”, denk je. “Dat wordt een drama!” en: “Wat zal de tandarts wel niet zeggen. Die is dadelijk hartstikke boos! En dan wordt het nog erger!” Zo denk je jezelf dieper en dieper in het graf. Je zal niet de eerste zijn die ondanks de pijn de afspraak met een smoes afbelt. Je belandt uiteindelijk in zelfverwijten. “Ik had natuurlijk wel moeten gaan. Ik heb het zelf zover laten komen. Wat een idioot ben ik toch!” Zie je de negatieve spiraal?

Kokhalsneiging

Laatst had ik een patiënt in de stoel die wel keurig elk jaar naar de mondhygiënist ging. Ondanks de flinke botafbraak had de mondhygiënist geadviseerd om jaarlijks te komen. Want het ging toch niet lukken met die kokhalsneiging om het gebit op orde te maken. Er waren al een aantal kiezen gesneuveld. Ze wilde wel de tanden die ze nu nog had graag lang behouden. We hebben besloten om er toch voor te gaan. Tijdens geen enkele behandeling kreeg ze een kokhalsneiging. Ik besloot een stukje verder te gaan…zelfs als ik haar tong reinigde kwam er niet echt een reactie. 

Voor de gek gehouden

Ik vroeg of ze thuis naast het tandenpoetsen vaker last van kokhalsneigingen had. Nee, nooit. Ook niet met een lepel of een vork. Puur alleen zodra ze begon met tandenpoetsen. Ik deed alsof ik doorging met de behandeling maar ondertussen pakte ik een elektrische tandenborstel uit de la op zo’n manier dat ze het niet kon zien. Ik plaatste deze (zonder hem aan te zetten) op haar tanden. Geen enkele reactie…ik deed hem aan…geen reactie….totdat ze haar ogen verplaatste en probeerde te kijken wat ik aan het doen was. En ja hoor…”Oeh, brrr…bah!” en daar kwam de kokhalsreactie.

Wie heeft het stuur?

Ik vroeg haar wat ze dacht als ze ging tandenpoetsen. “Gatverdamme! Nu moet ik tandenpoetsen. Zoooo smerig! Ik ga zo kokhalzen.” Ik vroeg haar of ze deze gedachte wilde houden. “Nee, natuurlijk niet.”, zei ik. Ik vroeg haar wie die gedachte had gemaakt. “Ikzelf.”, zei ze en dat klopt ook. Ineens viel het kwartje. Ik vroeg haar te bedenken wat ik zou denken als ik zou tandenpoetsen. Of ze deze gedachte zou willen adopteren. Et voila…opgelost!

De achtergrond

Wat vaak de herkomst is van dit soort problemen is dat vroeger de ouder op een niet prettige manier (hoe goed bedoeld dan ook…) de tanden poetste. Helaas hebben sommige mensen een nog heftiger verhaal. Verkrachting…Vreselijk…Of wat dacht je van mensen met een eetstoornis die veel hebben overgegeven. Het gevoel van tandenpoetsen wordt onbewust geassocieerd met een nare beleving in het verleden en wordt keer op keer door hun eigen gedachtes bevestigd. Wat ook kan is dat men er zichzelf van heeft overtuigd toch echt niet te kunnen tandenpoetsen. Een hele grote onzekerheid kan er achter schuil gaan. Sommige mensen hebben zo’n laag zelfbeeld dat zichzelf geen mooie en gezonde mond laten toestaan. Ze vinden zichzelf namelijk niks waard.

Don’t judge a book by its cover

Dus veroordeel mensen die er minder verzorgd uitzien niet meteen! En dit is helaas iets dat we onbewust heel erg snel doen als we een niet gepoetste mond zien of tanden met allemaal gaatjes. Er zit veel psychologie achter. Zo iemand heeft de juiste steun nodig. 

Leave a Reply