mondhygiëne

Hij bijt wel

Van de week werd ik herinnerd aan een anekdote. Voorafgaand aan een patiënt lees ik altijd in de vroege ochtend en voor binnenkomst het dossier nog eens even goed door. Ik wist dat deze patiënt een hele goede mondhygiëne heeft en ragers (interdentaal borsteltjes) gebruikt. Ze was echter net naar de tandarts geweest en die had genoteerd: “Mevrouw gebruikt dagelijks dentasticks.” Ik denk dentasticks? Het klinkt zo bekend en toch had ik geen idee meer wat het was.

Niet voor de kat

Dus ik googel. En wat zie ik? Een geel pak met een hele blije hond erop. Oja! Dat was het! Hondenkluifjes! Dus ik had al lol. Mevrouw komt binnen en ik vraag haar of de dentasticks een beetje bevallen. “Ja hoor! Werken prima!”, zegt ze. Ik zeg: “Goh, het lijkt mij zo vies smaken.” Ze kijkt me even twijfelend aan als ze mijn pretoogjes ziet. “Nou, nee, eigenlijk hebben ze geen smaak?” “Aha,”, zeg ik. “Dan weet ik dat ik mijn hond niks vervelends geef.” Nu keek ze me helemaal met grote ogen aan. “Je ho-…” En toen viel het kwartje. We hebben smakelijk (toch wel) gelachen!

Zit dat nou lekker?

Door dit grappige moment moest ik ook weer denken aan een andere patiënt. Een wat oudere kalende man. Hij vertelt graag over zijn hond. Deze man heeft niet al zijn tanden meer. Wat hij komt doen? Ach, tja…dat hoort nu eenmaal zo. Hij doet gewoon wat de tandarts hem zegt. Ik neem daar nooit genoegen mee. “Stel nou dat we je iets aansmeren waar je helemaal niet blij van wordt? Dat moeten we toch niet hebben? Vertel me…wat vind je nu van je losse voorziening in je mond, je partiële prothese? Zit dat een beetje lekker, functioneert het goed?” “Ach meisje,”, zei hij dan en normaal gaan mijn haren daar recht van overeind staan maar van hem kan ik het hebben. “Ik ben het zo gewend! Ja, dat ding dondert weleens op een ongelukkig moment eruit, maar ik red me er mee.”

Niet klagen maar dragen

Altijd mooi hoe mensen zich kunnen aanpassen. Zeker bij ons is het niet in de cultuur gebakken om over dit soort dingen te klagen. Niet klagen maar dragen, klinkt het spreekwoord. Hij is ervan overtuigt dat hij een kunstgebit gaat krijgen over een paar jaartjes. “Zo is het leven. Niks is oneindig.”, verzekert hij me. “En als ik nu zeg dat het niet zo is? Dat we de rest van je tanden kunnen behouden? Maar daar moeten u en ik wel iets voor doen.” Hij is helemaal van zijn apropos. Ik laat hem maar even. “Denk er maar even over na. Bespreek het anders even met de tandarts.” Soms nemen mensen nu eenmaal meer van de tandarts aan dan van de mondhygiënist. Die autoriteit heb ik simpelweg niet.

Hond krijgt geen kunstgebit

Een paar jaartjes later neemt hij weer plaats bij mij in de stoel. We keuvelen altijd gezellig en ook dit keer heeft hij weer een mooi avontuur met zijn hond beleefd. “Nou moet je toch eens horen!”, zegt hij. “Zoiets had ik echt nog nooit gehoord! Mijn hond moest tandsteen laten verwijderen! Hoe vind je die?” Ik nodig hem uit om meer te vertellen. “Ja, hij schijnt een infectie te hebben en nu verdwijnt zijn kaak, weet-je-wel. Dat bot hier.”, hij wijst naar zijn eigen kaak. Hij vervolgt: “De dierenarts zei dat ik dat echt moest laten behandelen. Hij rook echt ook uit zijn bek. Als ik het erbij liet zitten dan zouden zijn tanden eruit vallen. Heb je dat ooit gehoord? En zo’n hond kan natuurlijk geen kunstgebit, haha! Dus hebben ze met zo’n haak en net zo’n apparaat dat jij hebt hier z’n wuimwes wussen wijn wanwe geweiwigd.”, hij zit inmiddels met zijn vingers in zijn mond.

Wat gun je jezelf?

“Wacht eens.”, zeg ik. “Die ruimtes heeft u ook, weet u nog?” Ik laat het opnieuw in de spiegel zien. Met mijn pocketsonde zak ik in de ruimte die inmiddels flink diep is. “Wow!”, roept hij. “Die van mijn hond waren nog niet zo diep, hoor! Ga jij mij nou vertellen dat ik hetzelfde heb als mijn hond?” He he, het kwartje viel eindelijk. Na jaren lang uitleggen dat hij parodontitis heeft, is de dierenarts mij te slim af geweest. “Dus je gunt je hond wel een behandeling tegen parodontitis maar jezelf niet….Is dat niet een beetje vreemd?” Hij is er stil van en krabbelt achter zijn oren. “Ha!”, zegt hij uiteindelijk. “Maar ik kan wel een kunstgebit krijgen!” 

Ruiken zoals de hond

Ja, dat klopt, hij kan natuurlijk gewoon wel een kunstgebit krijgen. “Maar vertel…Wat heeft die dierenarts nog meer vertelt?” “Nou, dat het niet gezond is, weet u? Zo’n infectie he, kan bij een hond andere nare dingen veroorzaken. En wat hij zei, was waar. Die hond die rook echt enorm uit zijn bek….” Zijn stem sterft af. “Oh lieve help, wou je nou zeggen dat ik ook zo ruik???” Ik moet toch een beetje lachen. “Nou, misschien niet zo erg als uw hond want u kunt gewoon zelf poetsen maar euh…ja…ik ruik wel wat, eerlijk gezegd.” Hij slikt en ik vervolg: “En u moet nog een beetje langer met uw tanden doen dan uw hond. U wordt een klein beetje ouder…”

Wat wil hij nou echt?

“Weet u nog dat ik vroeg hoe tevreden u was met uw partiële prothese? Hoe zou dat zijn voor een kunstgebit? Zou u daar even blij mee zijn?” Hij schraapt zijn keel en zijn ogen dwalen af. “Jeetje…nee…dat lijkt me voor geen meter zitten. Zelfs een hond geven ze nog geen kunstgebit. Dat doe je ze niet aan….”, denkt hij hard op. Plotseling alert kijkt hij me strak aan: “Geef mij die behandeling die mijn hond ook heeft gehad! Ik weet dat het wat kost, bij mijn hond was het echt niet goedkoop, maar ik heb het er voor over! Waarom zou ik het mijn hond wel gunnen en mezelf niet?”

Implantaten

Zo loopt deze meneer nog altijd met zijn eigen laatste tanden en kiezen rond. Sterker nog, hij gaat nu een volgende stap nemen. Zijn gebit is nu zo gezond dat er nu ook implantaten geplaatst kunnen worden daar waar er tanden ontbreken. Ik verdenk hem ervan dat hij de dierenarts nu heeft gevraagd of hij soms ook tandimplantaten bij honden plaatst….

Leave a Reply